Weylin Tracking logo
illustratieve foto

Zulke dagen horen er ook bij

31 jul 2014

Naast mijn werkzaamheden in Weylin Tracking zet ik mij ook vrijwillig in voor diverse dieren. Zo ben ik gebiedscoördinator van twee gebieden van het landelijke ottermeetnet van de Zoogdiervereniging. En ben ik coördinator van de Dassenwerkgroep van het IVN Deventer. Als ik met derden praat over 'het dassenwerk' gaat het vaak al snel over de leuke kanten ervan. Vooral het observeren is een kant waar het leuk over vertellen is. Als er jongen op een burcht zijn is dat echt fantastisch. Er is nu enkele jaren sprake van bewoning door das in die gedeelten van Deventer die ik in de gaten probeer te houden. Het aantal keer dat ik spelende jongen heb kunnen waarnemen is dan ook op de vingers van één hand te tellen. Meestal blijft het beperkt door twee dassen die rechtstreeks vanuit de burcht het foerageergebied intrekken. Tien seconden pret na uren wachten.

Twee jaar geleden was een dieptepunt, toen heb ik geen enkele das gezien, ondanks vele avonden observeren. Door gebruik te maken van cameravallen heb ik toen geleerd dat als er geen jongen zijn, de dassen vaak pas ruim na elven de burcht verlaten. Tja, als je reeds om half negen aanwezig bent dan heb je het rond tienen wel gehad. Bovendien is het dan ook simpelweg te donker om wat te kunnen zien. En als om vijf uur 's ochtends je jongste kind zich al aandient...

Het meeste leuke werk zit hem eigenlijk in het sporenonderzoek. Nu vind ik sporen helemaal geweldig, dus ga ik daar graag voor op pad. Sporen vertellen een boel, niet alleen of een burcht bewoond is, maar ook of er een grote kans is op jongen. Dan is de sporendichtheid een stuk groter. Meer graverij, meer nestmateriaal, en met wat geluk kleine dassenprentjes!

Kuikentje piep

In de meivakantie geef ik in de avond geen sportles. Dat schept de mogelijkheid om wat vaker op pad te gaan de natuur in. Ik was al twee keer wezen observeren bij die burcht, in de hoop een glimp op te vangen van mogelijke jongen. Dat geluk had ik nog niet mogen hebben, geen das liet zich zien. De omstandigheden hielpen ook niet mee. Het was beide avonden windstil, wat helaas mogelijk mijn geur richting de burcht kon brengen. Bovendien was het kurkdroog, schier onmogelijk stil richting de burcht te lopen.

Deze vrijdagavond was alles anders. Het had al enkele malen geregend de dagen ervoor, en er stond een redelijke bries. Ik had aan de hand van de wind mijn looproute bepaald en sloop door een sparrenbosje richting de burcht. Maar wat was dit nu? Er hing een zwart vogelhuisje achter een spar. De opening is dichtgemaakt met een stukje plastic. Dat is wel erg vreemd? Overmand door nieuwsgierigheid maakte ik het huisje open. Ik werd vervolgens luid begroet door het wanstaltige deuntje Kuikentje Piep wat thuis tot grote hilariteit bij mijn zoontjes zou leiden, maar hier vlak bij de burcht door mij niet echt gewaardeerd werd. Het bleek een geocaching cache te zijn. Ik zie mensen regelmatig op zoek naar zo'n cache, vaak in grote cirkels eromheen totdat ze het uiteindelijk vinden. Dat is in dit geval dus niet bepaald handig zo vlak bij een burcht. Ik kon geen contact gegevens vinden, en wou het deurtje eigenlijk zo snel mogelijk weer dicht doen. Ik heb het gemeld het bij de terreineigenaar waarna het verwijderd is.

Das op zoek naar wat eetbaars Wie is dat dan weer?

Langzaam ging ik verder richting de burcht en kon me rond kwart voor negen dan toch eindelijk rustig nestelen. De avond was best mooi. Een roffelende bonte specht, een blaffende ree verderop in het bos en een houtsnip die knort in zijn rondje boven het bos. “Eigenlijk ga je nooit voor niets”, bedacht ik mij. Ik bleef richting de burcht turen, in de hoop dat driemaal scheepsrecht is.

Opeens een hoop kabaal ergens achter mij. Er loopt iets door het bos en het is zeker niet iets wat daar thuishoort. Even later wordt de gestalte van een man zichtbaar. Hè? Wie is dat nu weer. Het is nu half tien, een tijdstip dat de dassen in de burcht zeker wakker zijn, maar nog even wachten op het juiste moment om naar buiten te komen. Het werd nog vervelender, want de man liep richting burcht. Wanneer het mij duidelijk werd dat deze òp de burcht wilde gaan lopen knipte ik met mijn vingers. De man schrok nogal en ik wenkte hem naar mij toe te komen. “Niet zo handig om op dit tijdstip op een burcht te lopen,” zei ik tegen de man. Hij was een beetje geschrokken en verontschuldigde zich. We liepen even naar een wandelpad nabij en daar werd het me duidelijk dat hij de beste bedoelingen heeft. Hij wil zich ook gaan inzetten voor de das, maar het ontbreekt hem nog de kennis. We praten er nog even over na en zeggen elkaar toe later erop terug te komen. Na deze onderbreking wil ik het toch nog proberen. Derde avond alweer, drie kwartier fietsen (straks ook nog terug), ik wil ze graag zien! Het heeft niet meer mogen baten, wederom keer ik dasloos terug naar huis.

Een groot jachtgeweer

Thuis aangekomen zie ik dat ik dassenmail heb. Iemand met een oude boerderij, ergens buitenaf, met een mooie tuin (naar eigen zeggen) heeft bezoek van dassen. Die vernielen zijn gazon, en hij vraagt mij of ik weet wat daaraan te doen is. Zelf had hij ook al wel een oplossing bedacht overigens. “Een groot jachtgeweer is wellicht de beste oplossing”, suggereert de onfortuinlijke tuinier.

Ik mail hem (waarschijnlijk tevergeefs) dat ik super jaloers ben. Dassen kunnen zien zó vanuit je eigen huis! Daar moet ik drie kwartier voor op de fiets! En dan nog niks zien ook! Om hem toch maar tegemoet te komen en zo wellicht een dassenmoord te voorkomen, stel ik hem voor een hekwerk rond zijn tuin aan te leggen. Dassen zijn niet van die klimmers, dat moet dan wel goed komen. De tuinier mailt me terug dat hij dat ook wel bedacht had. Uit dit tweede mailtje wordt me tevens duidelijk dat hij naast het tuinieren tevens tijd spendeert aan het draaien van een bed & breakfast. Ik mail terug dat ik B&B's ken die zelfs adverteren met de mogelijkheid dassen te kunnen zien vanuit het gebouw. Leg elke avond op hetzelfde tijdstip en plaats pinda's neer, en wie weet, laat die das je gazon dan ook wel met rust. Ik heb nog geen reactie terug gehad.

Op zoek naar een dassenkadaver

Ik word wakker, en als zovelen die enige affiniteit met een smartphone hebben, gaat die het eerst aan. Ik heb mail van een bevriende vogelaar. Een dode das is gevonden, verkeersslachtoffer. Daar word ik niet gelukkig van.
Plaatsaanduidingen en e-mails gaan bij mij overigens erg slecht. Ik kom daar nooit uit. Vaak is de omschrijving erg vaag, of ik interpreteer het niet goed en zoek op de verkeerde plek. Ik bel de vogelaar nog even, maar die slaapt nog, heeft nachtdienst gehad vertelde zijn dochter. Ik bel de politie, maar de vinder in kwestie heeft er blijkbaar geen melding van gemaakt. Toch ga ik direct na mijn ontbijt op pad, want wie weet is het een vrouwtje die zogend is en zijn er dus ergens hulpeloze jongen. Ik moet proberen het kadaver te vinden en als het een vrouwtje is de tepels controleren of er melk uit komt. Aangekomen op de door mij begrepen locatie kan ik helaas niks vinden. Niks op het wegdek wat op een aanrijding duid en ook geen kadaver in het bos aan beide zijden. Ik besluit wat verder door te fietsen en zie dan een grote bloedvlek op de rijbaan. Dat moet wel van een das geweest zijn... In elk geval de juiste locatie gevonden, maar nu dat kadaver nog. Na wat zoeken vind ik op een zandpad enkele vage prenten (pootafdrukken). Nèt genoeg voor mij om ze te herkennen als das, en ik kan zien welke richting hij/zij gelopen is, van west naar oost de weg over. Aan de andere kant van de weg vind ik een wissel, die na enkele tientallen meters leid naar mestputten (gebruikt om territorium te markeren, maar ook beschikbaarheid tentoon te stellen). Waarschijnlijk was de das hier naartoe op weg. Ik heb nu een redelijk idee van welke burcht de das afkomstig is. De komende tijd de drie burchten in de omgeving in de gaten houden, dan kom ik er wel achter waar de onfortuinlijke das vandaan komt. Helaas vind ik geen kadaver. Ik mail mijn bevriende vogelaar of hij navraag kan doen of dit inderdaad de juiste locatie is en of het kadaver mee is genomen naar elders. Aan het eind van de ochtend keer ik weer huiswaarts. De volgende dag heb ik antwoord en kan ik de jachtopziener bellen die het kadaver opgeruimd heeft. Die bevestigd dat het een vrouwtje betreft. Of deze lacterend was kon hij helaas niet vertellen. De das was inmiddels begraven en daar wou hij het graag bij laten.

Zo ben je er best druk mee, en helaas niet altijd in even positieve zin. Maar goed, zulke dagen horen er ook bij. En ik denk dat het juist deze dagen zijn waar je een verschil maken kan in het verbeteren van de leefomstandigheden van de das. En daar gaat het mij om.